Column Eric van Leeuwen

September 2018
Sector Offshore, Maritiem en Procesindustrie

Van nature ben ik een optimist. Ik geloof echt dat wij, ‘de mensheid’, voor vrijwel alle problemen uiteindelijk een oplossing zullen vinden. De geschiedenis wijst dit ook uit: de vooruitgang die wij de afgelopen eeuwen op vele terreinen hebben gerealiseerd komt voort uit onze continue zoektocht naar verbetering. Een recente en grootse ontwikkeling is die op het gebied van windenergie. Welke uitdagingen brengt dit teweeg? En…welke kansen?

In ons besef dat CO2 schade aan onze leefomgeving toebrengt en dat de voorraad fossiele brandstoffen eindig is, zijn alternatieve energiebronnen steeds belangrijker geworden. Om aan onze groeiende vraag naar elektriciteit te voldoen, wordt niet alleen het aantal windmolens uitgebreid, maar wordt ook de capaciteit van de windmolens vergroot. De komende 5 jaar verdubbelt de totale capaciteit aan windmolens wereldwijd en gaat de capaciteit van één enkele windmolen ook nog eens verdubbeld worden! De toekomstige windmolens van General Electric hebben een capaciteit van 12MW en een rotor hoogte van 260 meter. 15 jaar geleden was dat nog volstrekt ondenkbaar. En het einde van deze ontwikkeling is nog niet in zicht.

De nieuwe uitdagingen van over- en ondercapaciteit

Heel indrukwekkend allemaal, maar het plaatst ons voor een nieuwe uitdaging. Uit een zogenaamde stresstests van onder andere TenneT is gebleken dat wanneer alle Nederlandse windmolens op volle kracht draaien, er te veel stroom wordt opgewekt en het net overbelast raakt. Omgekeerd geldt dat wanneer er te weinig wind is, er een tekort aan elektriciteit is. Beide zijn natuurlijk onwenselijk.

We moeten dus iets verzinnen om de schommelingen op te vangen. Een voorbeeld: in Noorwegen wordt met de overcapaciteit een stuwmeer volgepompt met water. Als het windstil is, dient het stuwmeer als elektriciteitsbron. Helaas hebben wij in Nederland deze mogelijkheid niet. Met reuze-accu’s wordt ook geëxperimenteerd, maar dit lijkt een te dure, te grote en niet efficiënte oplossing te zijn.

Moeten we onze pijlen in Nederland niet vooral richten op waterstof?

Het is een ideaal medium om overtollige energie in op slaan, zodat je deze later kunt gebruiken. Waterstof ontstaat door  windenergie te gebruiken voor elektrolyse van water. Dit wordt ook wel Power-to-Gas genoemd. Waterstof kan in tanks worden opgeslagen. Met één brandstofcel zet je waterstof om in elektriciteit. De warmte die hierbij vrijkomt kan worden gebruikt voor bijvoorbeeld de glastuinbouw.  Leuke bijkomstigheid is dat, nu het Kabinet heeft besloten dat de ‘gaskraan wordt dichtgedraaid’, de eerste experimenten starten om waterstof (weer) te gebruiken in ons gasleidingnetwerk. Dit is overigens niets nieuws, want voordat de gasbel in Groningen werd ontdekt gebeurde dit al.

Legio aan kansen

Voor Imbema biedt deze energietransitie legio kansen, er gaan immers aanpassingen plaatsvinden in het warmte- en gasnetwerk. Daarnaast zal er groei zijn in transport en opslag van waterstof, wat de vraag naar slangen zal doen toenemen, maar ook naar tankwagens. Decentrale opslag van waterstof met lokale energieopwekking voor fabrieken wordt ook een steeds realistischer beeld, welke kansen biedt dat wel niet?

We houden onze oren en ogen open voor deze ontwikkelingen en zijn waar mogelijk ook betrokken bij tests, discussiepanels et cetera. Ook sluiten wij ons aan bij initiatieven als The Green Village in Delft en neemt Imbema als een van de weinige commerciële bedrijven deel aan discussies over de toekomst van offshore windenergie, georganiseerd door het RVO. Want eerlijk is eerlijk, als ik mijn licht niet had opgestoken bij diverse partijen had ik bovenstaande ook niet kunnen bedenken.

1
UP
Heb je een vraag?
Bel 023 – 554 67 66
App +31 (0) 6 135 582 70
of ga naar contactformulier